zaterdag 1 december 2007

De laatste week in Ghana

















Lieve allemaal,
Aangezien we tijdens onze laatste week geen internetcafé zijn tegengekomen en we er ook niet naar gezocht hebben, is het er niet van gekomen om het dagboek op het weblog te zetten. Er bestaat echter ook nog gewoon papier en een potloodje, dus heb ik tijdens het lange wachten op het vliegveld in Accra mijn kattebelletjes uitgewerkt en vandaag even de computer eroverheen gegooid. Dus hier zijn de laatste belevenissen van Ben en mij.

Woensdag 21 november.
Eric begint een klein beetje op te knappen. Zijn bloeddruk was gisteren schrikbarend laag. Hij heeft ook al dagen niet gegeten en zegt dat hij wel voldoende drinkt. Ik zet steeds van alles voor zijn neus en spreek op gebiedende wijs zoals een mamma betaamt. “Geen trek, dan dwing je jezelf maar.” Abena is vandaag vanwege een begrafenis in haar familie niet gekomen. Alles wijkt in de hier heersende cultuur voor begrafenissen. Bij wijze van spreke legt een chirurg tijdens een operatie zijn werk neer als hij hoort dat er in zijn familie iemand is overleden. Het gaat heel ver en aangezien het lijkt of iedereen familie van elkaar is kun je je er iets bij voorstellen hoe vaak de mensen “vrij nemen”(lees: gewoon niet komen werken). Ondenkbaar bij ons.
Onze dappere Marie-Chris is met de goede jeep “Junior” naar het dorpje Zanko over de rough road dus Ben en ik pakken jeep “Charly” om naar de markt te gaan om boodschappen te doen. Alles schudt er rammelt en er zit een kwart slag speling in het stuur, maar de claxon werkt uitstekend, want zonder kun je niet rijden. Voor alles en iedereen die langs de weg loopt wordt waarschuwend getoeterd dat je eraan komt. En er loopt wat. Ben voelt zich net Toby Rix (voor de ouderen onder ons).
Omdat Abena er niet is, kook ik vanavond en maak macaroni met “dikke piemels”. De meeste vrijwilligers nemen boodschappen mee uit Holland, waaronder ook vacuum verpakte worsten. De meiden van Eric lusten ze graag en hij heeft ze wijsgemaakt dat het in Holland dikke piemels heet. Hun uitspraak is zo grappig en daarbij zijn ze reuze trots Hollandse woorden te kennen. Zo ook “tot straks, eet smakelijk en welterusten” en precies op het juiste moment.
Wij hadden zelf nooit macaroni met dikke piemels gegeten, maar ik had er zoveel van alles en vraag me niet wat, ingegooid, dat het uitstekend smaakte en zelfs Eric er een beetje van at.
In de namiddag zijn we weer naar de markt gereden om nieuwe schoenen te kopen voor Kretoum, Lydia en Nazira. De schoolcultuur schrijft voor dat er op school geen slippers gedragen mogen worden. De meiden leggen uit dat het persé dichte schoenen moeten zijn of open schoenen met een hielband en ze verzekeren ons dat ‘’if you don’t, the madam will cain you”. Ze krijgen er regelmatig van langs met een soort dikke rieten stok……Ja, ja mensen!
Djamilla zou ook nog afscheid van ons komen nemen en ja hoor daar komt ze aangefietst op haar nieuwe fiets en haar 8-jarige zusje zit verlegen achterop. We zitten op de veranda te babbelen en ineens springt het zusje het trapje af, trekt haar broek naar beneden en gaat frontaal zitten plassen. De mensen hebben geen wc’s in hun huisjes. Buiten is het één groot openbaar toilet. Zo gaat dat hier en weer zeg ik ……. Ja, ja mensen!


Donderdag 22 november.
Ben gaat al voor dag en dauw buskaartjes kopen voor morgen. Eric gaat mee om zich ervan te verzekeren dat we goede plaatsen hebben. ‘tGaat langzaam beter met hem. Morgen hopelijk nog beter, zodat we met een gerust hart kunnen vertrekken.
We pakken de tassen in, rommelen wat in en om het huis en gaan boodschappen doen, want vanavond vieren we een feestje ter ere van de verbeteringen aan het Hospice én ons afscheidsfeestje. We zijn er zo vaak geweest, dat je toch een band krijgt met de bewoners.
Samen met de meiden, Marie-Chris, Jerry, Eric, de verzorgster, de nachtwaker en meloen, koekjes en malt (soort alc.vrij bier) hebben we een reuzefeest. Voor zover de bewoners het nog kunnen, dansen en zingen ze voor ons. De blijdschap spat ervan af. Zeer ontroerend.
Jerry bedankt ons voor onze sponsering en heeft zelfs een cadeautje voor ons. Hulde, hulde en nog eens hulde. Dit is teveel van het goede. Ben speecht met verstikte stem en maakt nogmaals duidelijk dat onze vrienden, buren en familie met elkaar het geld hebben opgebracht om de verbeteringen te kunnen realiseren. Dus mensen namens de bewoners en verzorgers van het Hospice ontzettend, heel erg etc. bedankt. Dank zij jullie kunnen de mensen “gewoon”een douche nemen, “gewoon” de wc doortrekken en “gewoon” op de vlak gestreken betonnen achterplaats wassen en daar ook “gewoon” hun potje koken op een vuurtje.
Het was een prachtig feestje en het voelde heel gelukkig.

Laat ik meteen even vertellen dat de verbeteringen aan het Hospice ongeveer 1100 euro heeft gekost en aangezien we 1700 euro ingezameld hadden, was er nog 600 euro over. Dit geld hebben we aan de St. Child Support overgedragen om eten en medicijnen te kopen voor de diverse projecten. Onze 1700 euro is op deze manier zeer goed besteed vinden wij. En we weten bijna wel zeker dat jullie het met ons eens zullen zijn.

Nu ik toch bezig ben met geld. Eten en medicijnen is een kostenpost die altijd maar doorgaat, dat begrijpt iedereen. Onder jullie zijn vast mensen die graag maandelijks een vast bedrag naar de stichting Child Support willen/kunnen overmaken. Iedere euro is welkom. Grote en kleine bedragen, hele grote en hele kleine, roept u maar!
Als je interresse hebt, wil ik je graag over het eea informeren.
Mijn emailadres is:
lidavanloo@quicknet.nl .
We hopen op vruchtbare reacties, maar let wel, niets hoeft en alles mag.

Vrijdag 23 november.
Om 6 uur staan we met z’n 8-ten te wachten bij de bus die om 7 uur vertrekt. Je moet persé een uur van te voren aanwezig zijn en vraag niet waarom, want het is nou eenmaal zo. Een Ghanees vraagt zich in de regel toch niets af, want dingen zijn zoals ze zijn. Makkelijk he. Als je deze regel tegen het afspreekgedrag van de Ghanees afzet, ligt het wat mij betreft wat moeilijk. Ze komen zelf meestal veel te laat op afspraken of komen helemaal niet.
Maar goed, de bus ziet er niet verkeerd uit, maar er ligt wel iemand onder te sleutelen. Hoopvol??? We hebben een mooi gedicht over afscheid nemen gekregen van Eric en hoe je het ook wendt of keert, moeilijk blijft het. Eric staat met een wit koppie wat te lachen en we zwaaien met z’n allen en zwaaien en zwaaien en weg. Weg gezin waar we 3 weken deel van uitmaakte. Slik, slik.

Op naar een weekje samen in een land waarvan we 3 weken terug nog dachten: “Dit redden we nooit”. Enfin, na een aantal uurtjes racen en hobbelen komen we in het dorp Bolé aan en iedereen moet uitstappen. Er was aardig wat buspersoneel meegereden en 2 technische mannen doken met mat en al onder de bus en kwamen er vervolgens anderhalf uur later weer onderuit. Het asfalt kookte in Bolé en ik kookte over. Help ik knap! Marie-Chris had al gewaarschuwd, dat je de openbare toiletten niet wilt zien en op voorhand had ik een vrouwenplastuitje in mijn tas gestopt. Dus op zoek naar een geschikte plek. Ik beland op een drollenlandje en bij het landje zit een oude man achter een soort toonbank met een stapeltje krantenpapiertjes. Hij wil me een velletje verkopen en heeft een smile, zonder tanden, van oor tot oor. Dat is wat Ben noemt “Portugese handelsgeest” dus koop ik één papiertje.
Het plastuitje werkt goed, alleen het richten lukt mij niet zoals mannen dat kunnen, maar goed het stof was van mijn schoenen.
Op het kokendhete asfalt wordt van alles verkocht. We gaan voor pinda’s en zegenen de bus voor het 2de gedeelte van de rit. De zegening helpt. In Kumasi kopen we meteen bustickets voor de volgende dag naar Cape Coast. Vervolgens nemen we een taxi om ons naar hotel Noks (uit de Bradt guide) te brengen. De wereldreizigers hebben het helemaal voor elkaar, maar ineens midden op een giga drukke 3-baansweg zegt de taxi, doe het zelf maar en de motor blijft stil. De kleine magere taxi-driver kan de taxi niet alleen de kant induwen, dus Ben etc. etc. Kortom er springen nog wat mensen bij. Bleek de benzine op te zijn. De driver kwam zo terug. En daar stonden we dan, een giller was het. Gelukkig duurde het niet lang en was hij snel terug met een jerrycan benzine.
Het Nokshotel maakt de dag goed. We eten in de mooie tuin van het hotel en airco-ën de nacht tegemoet.

Zaterdag 24 november.
Voordat we met de bus van 12 uur naar Cape Coast vertrekken gaat Ben met de hulpvaardige barkeeper Kofi, naar een bank waar je Visa-money, Ghana Cedi’s kunt scoren. Kofi is pikzwart maar heeft een West-Europese tred en Ben heeft achter hem aan moeten rennen, dwars door de stad en over de mierenhoopmarkt. Hijgend komt hij terug, maar het is gelukt. We hadden gerekend het hotel te kunnen betalen met Visa, maar in Ghana kun je nergens op rekenen, het apparaat was out of order. Of hebben ze liever cash??
De bus vertrekt op tijd. Het is een uitgewoonde klerebus, merk DAF, met aan elkaar geplakte ramen. De motor mist de hoogste versnelling en lijkt eerder op een straaljager dan op een autobus en daarbij kan mijn echtgenoot het niet laten me meededelingen te doen omtrent de toestand van het bandenprofiel. Hoezo profiel. Ik wil het niet weten.
Wat we wel hebben is een prima driver. Het is een Eddy Murphy look-alike en hij scheurt in 1x naar Cape Coast. We hebben een prachtige reis door een fantastisch uitgestrekt regenwoud. We hebben nog nooit zoveel zwarte bamboes bij elkaar gezien. Af en toe rijden we slow slow door een dorpje waar je je weer kunt vermaken met :”Jesus saves” Clothings en “By his Grace” Gold-store, of “In God we trust” Stone factory.
Om 1600 uur komen we in Cape Coast aan. We treffen een aardige driver met een prima auto, een Volkswagen, hoe kan het ook anders. We belanden in het Mighty Victory hotel en spreken met de driver af dat hij ons de volgende morgen om 8 uur op komt halen. We doen decadent en huren hem een dagje in. Voor 40 Cedis (ongeveer 33 euro) is hij ons mannetje.

Zondag 25 november.
Beweer maar eens dat je met Afrikanen niets kan afspreken. Om 10 voor 8 is Justis de driver present. Ons goede gevoel bij hem was dus juist.
Op naar het rainforest ‘Kakum Park’. Het regenwoud is 600 vierkante km groot, is een beschermd gebied en voorziet de hele omgeving van water. Volgens de ranger die ons begeleidt leven er heel veel dieren, zelfs olifanten en leeuwen en wel meer dan 300 soorten vogels en dat hoor je HEEL ERRUG. We hebben nog nooit zoveel vogels tegelijk horen twinkeleren. Onze stemmen kunnen er niet meer bij, dus zijn we gewoon stil.
We zijn ook gekomen om de Canopy Walk te gaan doen. Dat betekent dat we 7 touw-hangbruggen gaan oversteken. De Walk is 350 meter lang en hangt 40 meter hoog. Per hangbrug kun je er met 2 personen tegelijk overheen lopen. Niet meer, anders gaat hij te veel zwaaien.
Spannend? Ik denk het wel ja, want zo erg inspannend was het niet, maar het zweet gutste uit al onze porieën en aan het eind stond ik in ieder geval helemaal te shaken.
Onze Justis heeft gewacht en we rijden verder naar Hans Botel om samen met hem te lunchen.
Hans is een slimme Ghanees die in Duitsland heeft gewoond en daar kennelijk goed heeft geboerd. Hij heeft vast gedacht, ik noem mezelf Hans, creeër een Afrikaans eethuis bv. aan een meer waar krokodillen in zwemmen en ik heb een toeristische attractie. Goed man!
Je kunt stukjes kip kopen voor 1 Cedi en mevrouw Hans Botel doet de kipstukjes op een stok en lokt de griezels. Op een meter afstand, zonder hek of i.d. genieten we van de giga-krokodillen. Fotoshoot!!
sMorgens in het hotel hebben we kennis gemaakt met Ina en haar dochter Marinka. Ze zijn toevallig met ‘hun driver’ ook bij Hans Botel aangekomen en we besluiten gezellig een hapje met elkaar te eten. Ina was deze week bij haar dochter op bezoek. De 25-jarige Marinka werkt bij de organisatie “Meet Africa” en woont gedurende een half jaar in een klein, arm dorpje in de buurt van Tamalé in het noorden van Ghana bij een gezin. En wat ik dan zo stoer vind, ze leeft en slaapt gewoon in een lemen hut. Pur sang. Niks geen stromend water, electriciteit en gas. In Ghana komen heel weinig toeristen, maar omdat er oa veel vrijwilligers werken, die veelal door familie en vrienden worden bezocht, komt het toerisme langzamerhand op gang. De organisatie Meet Africa werkt samen met een Ghanese economische ontwikkelingsorganisatie. Marinka is in opdracht van deze organisaties bezig een programma te ontwikkelen, zodat toeristen in de “keuken” van het dorp kunnen kijken. Ze noemde bv als onderdeel, het rituele babywassen. Het is de bedoeling dat het “kijkgeld” (excusé le mot) wat hiervoor betaalt wordt, terugvloeit naar de hele gemeenschap van het dorp en dat iedereen meeprofiteert. Het is een moeizaam proces, er gaat veel tijd zitten in vertrouwen winnen van oa de Chief en andere notabéle. Ze is heel enthousiast en heeft een rotsvast vertrouwen dat het gaat lukken.
We gaan verder. Na de krokodillenlunch rijden we naar Elmina om het kasteel aldaar te bezoeken. Elmina Castle werd in 1471 door de Portugezen gebouwd als handelsfort en al gauw werd het gebruikt als opslagplaats, ja ik zeg opslagplaats, voor slaven. Ergens in de 17de eeuw veroverde de Dutch (wij dus) het fort. De Dutch werden heel veel genoemd door de zwarte gids die ons rondleidde. We zweten peentjes van de plaatsvervangende schaamte.
Vooral in de vrouwenkelder van ongeveer 4 bij 10 meter, waar 400 vrouwen ingepropt werden, zonder ramen, zonder sanitaire voorzieningen. Waar ze 2 maanden moesten wachten voordat ze verscheept werden. De geur die daar nog steeds hangt, vergeten we nooit meer.
Het laat ons niet los en als we sávonds napraten over de miljoenen slaven die zijn verscheept en de meesten het schip niet eens haalden en hoe de blanken oa de Dutch (VOC mentalitiet) hebben huisgehouden moet ik spontaan een potje janken.
Morgen lekker uitwaaien op het strand. Goed plan Ben.

Maandag 26 november.
Onze privé driver brengt ons in 2 uur naar de kustplaats Kokrobité, waar we begonnen zijn met Eric en Marie-Chris en waar we eindigen met zijn 2-tjes. We drinken wat met Justis bedanken hem hartelijk voor al zijn goede zorg, roemen hem om zijn drivers-kwaliteiten en nemen afscheid. De frisse zeewind komt ons tegemoet, het temperatuurverschil met het noorden is wel 10 graden. Ik zit met het kippevel op mijn armen bij 33 graden Celcius.
Nu nog een paar daagjes strand voor we woensdagavond weer naar huis vliegen. We hebben een beeldig romantisch huisje gehuurd in het resort van Big-Milly. We zwemmen, lezen, praten veel met allerlei mensen, kijken naar de vissers en ondanks de reggaemuziek zijn we toch erg ongedurig en kunnen niet echt de rust vinden. We denken dat het komt omdat we “Ons grote gezin” missen en dát zou wel eens kunnen. We zijn in de afgelopen drie weken erg gehecht geraakt aan de meiden, Marie-Chris en Mr. Eric. Alle dagen dat we uit Wa weg zijn, hebben we nog telefonisch contact en Eric is er weer hélemaal zegt hij. Gelukkig. We kunnen met een warm hart Ghana verlaten. Wat een land, wat een mooie mensen en wat een rijke ervaringen hebben we opgedaan. We zullen alle brothers and sisters missen. Hier worden we mamma and daddy en Ben zelfs granddad genoemd. In Holland zijn we weer gewoon mevrouw en meneer.
We zullen weer moeten wennen aan de 2 versnellingen hoger in ons landje op volle toeren en van de “hete kermis” (Marie-Chris) naar “the fridge”, zoals Jerry de rechterhand van Eric Holland betiteld, zal behoorlijk rillen worden.
We zijn het samen helemaal eens over het feit dat we dit alles hebben mogen beleven, mede dank zij Eric én dat we het gewoon gedaan hebben.

Donderdagochtend, 29 november zijn we om 6 uur heel zachtjes op schiphol geland. We hebben nog nooit zó’n zachte landing meegemaakt. We hadden een vrouwelijke gezagvoerder, vandaar. We werden door onze allerliefste vrienden Ellis en Jan opgehaald en waren stikgelukkig ze weer te zien en te kunnen omhelzen.

Lieve allemaal nogmaals bedankt voor alle reacties ook via ons quicknet-adres en we hopen dat jullie een klein beetje met ons mee gereisd hebben door het mooie land Ghana.
-Verder heb ik nog wat boekentips die een goed beeld geven over oa. de slavenhandel, de cultuur en de armoede. Geen luchtige onderwerpen, maar toch leest het als een trein.
De Geestbewaarder van Ton van de Lee, Het pad der geesten van Ton van de Lee, Mamma Tenga van Mamma Tenga en de Zwarte met het witte hart van Arthur Japin. Het eerste stuk van het laatste boek vond ik persoonlijk nogal taai, maar totaal zeer de moeite waard.

PS. Heel stilletjes hopen we op positieve reacties op ons vetgedrukte verzoek in het verhaaltje van donderdag 22 november.
Lieve groetjes en big hugs van Ben en Lida.
*********************************************

donderdag 15 november 2007

Hoera er is weer internet (dagboek t/m dinsdag 13 november)

Donderdag 8 november.
Marie-Chris en ik hebben het plan opgevat om stoffen op de markt te gaan kopen en er vervolgens iets van te laten maken. Abena weet een goed naaiateliertje, waar ze zelf ook wel eens kleding laat maken. Abena heeft het goed bij Eric, verdient een goed salaris, heeft een brommer en ziet er prachtig uit. Toch woont ze met haar grote familie in een leemachtig uitziend klein huis, echter wel op een groot stuk grond. Op het erf staat een schuurtje vol met flessen. Buiten maakt haar zuster op een vuur in een grote pruttelende pot een alcoholische drank voor de verkoop. Het is er bloedheet en van de lucht worden we al bijna teut, dus durven we het niet aan er ook maar een slok van te nemen.
Terug naar de markt. Wat zou ik graag achter elkaar willen fotoshooten, maar de Ghanese heren liggen dwars. De meeste vrouwen willen wel en sommigen graag zelfs, vooral als je ze even op het schermpje naar zichzelf laat kijken, dat is zo lachen, ze vinden het helemaal geweldig. Sofie, Marie-Chris en ik kopen mooie stoffen en Abena onderhandelt. We kopen nog wat limoenen en een paar voetballen, die wil Ben nl graag meenemen voor de jochies als we volgende week weer naar de dorpjes gaan. We lopen nog wat over de geiten-en kippenmarkt, ook zo fotogeniek, maar deze heren zijn helemaal antie foto. Eric doet alsof hij een geitje wil kopen en slaat aan het onderhandelen, maar hij vindt de prijs te hoog en loopt weg, de gek. De hanen zitten met een pootje vastgebonden aan een lang touw, zo’n beetje om de 30 cm in de rij. Zo grappig om te zien.
Vlakbij de markt is de meubelwinkel van de vader van Jerry (zie foto). We maken een babbeltje met hem en complimenteren hem met zijn geweldige zoon. We are very proud of him, he is a present from God, vertelde hij ons enhousiast. Mooi he. Eric heeft Jerry ooit ontmoet op zijn zoektocht naar goedkope meubelen voor het kinderhuis. Het verhaal van Erik sprak Jerry erg aan en hij schaamde zich voor het feit dat de blanke man uit het verre land zich verantwoordelijk voelde om de weeskinderen een huis te bieden. Sinds die tijd werkt hij op vrijwillige basis met Eric samen voor de Stichting Child Support. Er kunnen deuren geopend worden die zonder Jerry waarschijnlijk dicht zouden blijven.

Ik heb vast al eerder verteld dat Marie-Chris de student medicijnen is, die bij Eric woont tijdens haar verblijf in Ghana. Het is zo’n liefie. Als je interresse hebt kun je misschien eens op haar site kijken http://www.mariechris.waarbenjij.nu/ . De moeite waard om te lezen.


Vrijdag 9 november.
Vanavond heb ik mijn vadertje gebeld en het was fijn om zijn stem te horen. Het gaat gelukkig goed met hem en hij verzekerde me: “”Jij gaat nixgeenzorgen maken, nee nee nixnie”. Hij vertelt ook dat het guur herfstweer is met windkracht 10, niet voor te stellen als je hier in de hitte van smiddags 45 graden zit. Frank heeft een uitdraai van deze weblog gemaakt voor hem en dat vond hij geweldig. We maken zulke fantastische dingen mee, echter ook dingen die niet plezierig zijn om te zien. De verschillen tussen het westen en dit deel van Afrika zijn zo groot, dat ik het erg moeilijk vind om onder woorden te brengen wat ik zie, voel, ruik en constateer. Ik doe zo veel mogelijk mijn best in de tijd die er nog overblijft om het enigsinds weer te geven. Dit weblog/dagboek lijkt me nl ook voor onszelf een prachtige herinnering en ik merk dat het voor de verwerking van alle indrukken ook goed is. Ik schrijf mijn hoofd leeg Ellis en dat betekent dat ik vrij goed kan slapen. Wel met af en toe een pammetje hoor!

Enfin om weer verder te gaan, vandaag heeft Jerry een afspraak gemaakt met de man, die de werkzaamheden van het sanitair in het Hospice gaat doen. We overleggen en hij meet de boel op. Nu even de begroting afwachten. Het is dus in gang gezet en we zijn erg benieuwd naar het vervolg. Ik maak in ieder geval wat foto’s van voor de “uppimp”.
Vanmiddag zijn we uitgenodigd voor een bijeenkomst in het dorp Daanko. Christy van de Ghanese Bambala Food Foundation heeft het georganiseerd. Het is van belang om de mensen er bewust van te maken hoe ze Aids krijgen en hoe ze zich ertegen kunnen beschermen. De ziekte wordt vooral in de kleine dorpjes ontkent en de mensen die het overkomt worden uit de gemeenschap verstoten.(voor meer info hierover zie de site van Eric Coomans http://www.childsupport-org/ projecten Under African Skies).
Daanko is een hele traditionele moslimgemeenschap. De Chief is een prachtige oude man in het zwart gekleed met een witte keppel en hij zit met een vijftal belangrijke mannen op een rij. Verder zijn er zo’n 16 dorpsoudsten met hun opvolgers, mannen zowel als vrouwen in prachtige gekleurde gewaden, een heel stel vrouwen en kinderen. De moeders van het Hospice zijn ook aanwezig er er is een journalist (in een snel pakkie en puntschoenen) van een of andere krant. We zitten in een kring (zie foto) in de schaduw onder een hele grote boom en voelen ons zeer bevoorrecht dat we erbij mogen zijn. Op de vrijwilligers en Ben en mij na, is iedereen traditioneel gekleed, zelfs Eric heeft zijn witte kaftan aan.
Het is een heel gebeuren met verschillende sprekers. Eerst de plaatselijke vertegenwoordiger van de gemeenteraad. Vervolgens Jerry, Eric, iemand van de Sociale Dienst en daarna een man van the Health Department. Op een gegeven moment pakt hij een vrouwen-en een mannencondoom en om het geheel goed te illustreren geeft Eric hem een kunstpenis. Er ontstaat algemene hilariteit. ‘tWas echt lachen. De man van the Health Department richt grotendeels het woord tot de dorpsoudsten en als hij in het Engels vertaalt kijkt hij steeds naar Ben en mij. Ja, wij zijn tenslotte de oudsten van de Nasara’s (witten). We zijn zeer vereert en voelen ons heel belangrijk.
Eén van dorpsoudsten reageert op de sprekers en zegt dat Aids van buiten het dorp komt etc. etc. en dat is uiteraard logisch. Het besef dat ze de besmette mensen niet moeten/kunnen verstoten komt wel aan, maar of ………….. Wie weet in de toekomst. Het zal wel stapje voor stapje gaan.


Zaterdag 10 november.
Internet ligt er om de haverklap uit en aangezien er drie personen in huis zijn die willen mailen en bloggen begrijpen jullie wel hoe het werkt. Dus maak ik op een andere computer bestandjes van een paar dagen die ik kopieer als het internet wel werkt.
-Ben en ik zijn vanmorgen huisgebleven. Abena is er vandaag niet dus heb ik de kans een beetjes housemaid te spelen en ik ruim de keuken op terwijl Ben met de watchman een fiets repareert en dit doen we uiteraard “slow slow” anders haal je het einde van de dag niet. Over het algemeen spreekt iedereen hier Engels maar dan wel op een speciale manier. Een klein beetje is bv. smal smal. We go and come = we komen zo terug , me no like, I go buy. Go to the desk and ask for the mosk wordt go to the deks and aks for the moks. Ze kunnen het er andersom niet uitkrijgen. In het begin snapten we er geen snars van en zij niet van ons steenkoolengels en ze antwoorden op alles "yes please". Het is wonderlijk hoe snel je aan die donkere koppen went en zien nu dat ze zeker niet allemaal op elkaar lijken.

De 4 meiden staan zaterdags om 5 uur op en wassen dan hun kleren, schooluniformen en beddengoed en ze maken hun kamer schoon. Overal hangt wasgoed ook 3 lagen dik over elkaar. Ach je kunt gewoon naast te waslijn blijven staan, het droogt terwijl je wacht en vervolgens wordt er gestreken. Daarna gaan de meiden boodschappen doen voor de Fufu die ze voor zichzelf gaan maken. Buiten worden grote knollen gekookt, die naar aardappels schijnen te smaken, maar dan anders. Vervolgens worden de knollen gestampt in een grote houten vijzel tot een soort deeg . In een kleine vijzel stampen ze rode pepers met allerlei kruiden en dan wordt er met viskoppen erbij een soort vissoep van gemaakt. Ze doen de klomp deeg in een schaal en gieten de vissoep erbij en dan gaan alle klauwtjes in de schaal. Het is een gesmak van jewelste. Natuurlijk moeten wij het ook proberen. Ik moet zeggen dat ik het heerlijk vind smaken, maar dat gegraai met al die klauwtjes in één schaal is niet echt aantrekkelijk en Ben voor wie hem kent….. Echnie! De schaal zit helemaal vol en gaat schoon leeg. De meiden kunnen zo verschrikkelijk eten en volgens Eric is dat hier nog een oergevoel. Alles wat er is gaat op en als er morgen niets is heb je pech. Het idee van vooruitzien en bewaren leeft niet zo bij de mensen hier in het noorden. Ze leven nog erg dicht bij de natuur en gaan over het algemeen ook veel gemakkelijkerer om met de dood. Er is een feestelijke begrafenis voor de hele gemeenschap met eten en drinken en dan is het niet anders en gaan verder met de orde van de dag. In de omliggende gehuchten zie je ook regelmatig dat zieken letterlijk en figuurlijk het bos ingestuurd worden. Wij kunnen ons daar toch niets bij voorstellen!
sMiddags gaan we met de meiden naar de markt en tracteren ze op een grote pot pommade. Dat is een soort cacoaboter waar ze dagelijks hun huid mee insmeren en waar ze prachtig van gaan glimmen. Na de markt gaan we op fietsenjacht voor Djamilla en ontmoeten Eric bij het fietsenwinkeltje. Veel valt er niet te jagen omdat er maar twee 2dehansjes staan en verder alleen nieuwe fietsen. We vallen voor een prachtige blauwe nieuwe fiets en Eric gooit zijn onderhandelingstrucs in de strijd. Naast het winkeltje blijkt de fietenmaker zijn werkplaats te hebben. Wij dachten dat het één gebeuren was, maar nee je koopt bij de één de fiets en de ander maakt hem rijklaar en daar betaal je apart voor. Inderdaad héél apart net zoals de autospuiterij naast de houtzagerij en dan alles in de openlucht. Zie je het voor je. Wij verbazen ons nergens meer over.

Zondag 8 november.
Om 8 uur staan we voor het huisje van Djamilla. We hebben Kate één van Eric’s “dochters” meegenomen als tolk. Helaas is de vader niet thuis, dus ons plan over de verantwoordelijkheid lukt niet direct. We gaan Jerry vragen dit alsnog met hem te bespreken.
Wat is “ons kind” blij met haar fiets en ook haar moeder straalt ons tegemoet en ze bidt tot God om ons te zegenen voor alles wat we voor haar dochter doen.
Enfin, we hebben Djamilla uitgenodigd vandaag met ons mee te gaan naar Wechau, waar je in boten op the Black Volta River kunt varen en Hippo’s (nijlpaarden) kunt spotten. Al hobbelend rijden we 70 km door een prachtig groen landschap naar Wechau, met de 5 meiden achterin de bak.
De boten waarin we een uurtje door een paar sterke vissers (Hannes jij zou vast gaan flippen) worden voortgepeddeld, zijn wankel en liggen diep in het water. Er schijnen ook krokodillen te zwemmen, dus handen binnenboort mensen. Geen van de 5 meisjes hebben de rivier ooit gezien, laat staan in een bootje gevaren. Ze vinden het loeispannend en doodeng. Kretoum de drukste van het stel is doodstil en durft zich niet te bewegen. Zo grappig. Kijk, daar zijn de Hippo’s. Ze komen boven water met hun kop, briesen als een paard, bewegen wat met hun oren, halen adem en weg zijn ze weer, dus foto’s nemen met de vertraagde digitale, is jammer genoeg niet van een hoogstaande kwaliteit.
Al met al, het was een geweldige dag en na het eten brengen we met z’n allen Djamilla weer naar huis. Het was een succes haar erbij te hebben. Ze was niet verlegen en sloot zich gemakkelijk bij Kretoum, Lydia, Kate en Nazuratu aan. Voldaan en uiterst tevreden wensen we elkaar Welterusten.


Maandag 12 november.
Ben gaat vandaag niet mee op pad en heeft besloten de horren van de bijkeuken te gaan repareren. Achteraf blijkt het een hele klus te zijn geweest en hij is er in die hitte de hele dag mee bezig geweest. Wat is het toch een actieve schat.
Ik ga mee met Eric en de dokters naar Youth for Child. Ze hebben een plek waar straatkinderen van die stichting naar school gaan. Veel van deze kinderen hebben allerlei huidproblemen, die door de vrijwilligers van Child Support worden bekeken en zonodig medicijnen krijgen. Het grote respect wat ik al had voor Eric en zijn crew wordt meer en meer.
De meisjes van het straatkinderenproject van Child Support krijgen naailes van Felicia hun begeleidster. In het huis waar ze les krijgen wonen ze ook, inclusief Felicia, die in feite een soort moeder van ze is, al is ze slechts 22. De meisjes zouden geholpen zijn met naaiklusjes en daar zien Marie-Chris en ik wel brood in, dus gaan we op de fiets naar de markt om nog wat mooie lappen te scooren. We verzinnen een aantal eenvoudige opdrachten en brengen de lappen naar ze toe. En nu maar afwachten wat ervan komt. Voor de goede orde, we moeten er wel voor betalen hoor. Nog geen twee euro per kledingstuk. Je schaamt je dood, maar zij zijn er heel erg blij mee.
We zijn echt in Afrika en dan bedoel ik heel erg echt. Het water is op, althans er komt niets meer uit de kranen en wc’s kunnen niet meer worden doorgespoeld, dus rijdt Eric met één van de meiden naar de waterpomp een stukje van zijn huis, vult een aantal jerrycans en verdeelt thuis het water. Ben en ik krijgen samen één emmer en poedelen er vlijtig op los. Zuinig doen met iedere beker water is bij ons toch niet aan de orde. Je weet dat het bestaat, maar het aan den lijve ondervinden is een hele ervaring.
In alle dorpen waar we tot nu toe geweest zijn is een waterpomp en dat schijnt overal wel zo te zijn. Het water is drinkbaar zelfs voor ons.


Dinsdag 13 november.
Vandaag staat het bezoek aan de dorpen Loggu en Baaleyiri weer op het programma. Vorige week is Ben alleen meegegaan en bleef ik thuis. Hij heeft veel lol met de jochies gehad en nu zijn ze jammer genoeg nergens te zien. Er komen vrouwen, kinderen en 1 man op het spreekuur en er scharrelen wat jochies om ons heen en volgens de schoolmeester die voorbijloopt en met wie ik een praatje maak, weigeren die jochies om naar school te gaan.
De meesten spreken geen woord Engels alleen het woord yes. Je kunt ze van alles vragen en het antwoord is altijd yes. Het is heel grappig dat overal waar we komen en foto’s nemen de mensen zichzelf heel graag zien en daar vreselijk om moeten lachen. De accu van mijn camera is gevuld, dus is het een leuk spelletje om ze om beurten in allerlei poses te fotograferen. Als ik een paar liedjes voor ze zing en vraag of ze ook voor mij willen zingen,
krijg ik als beloning een paar “Praise the lord” liedjes om mijn oren.
Dat water van essentieel belang is, kun je in dit dorp goed zien. Er is een “natte plek” waar ze met het vee naartoe gaan om te grazen en inderdaad de koeien zien er goed doorvoed uit. Kennelijk is het zo dat de mensen het daardoor iets beter hebben. De vrouwen dragen mooie jurken en er lopen kinderen in schooluniformen en niet alles is stuk en vies.
We gaan weer verder en rijden een heel eind over een smal bijna onbegaanbaar pad naar het het allerarmste dorpje wat we tot nu toe hebben gezien. Kindjes met dikke, bolle buiken en uitpuilende navels. Zo akelig, ik word helemaal wee en wissel met Ben begrijpende blikken.
Te eenzijdig voedsel en wormen volgens de dokters, daar kunnen ze wel iets mee gelukkig.
Toch wordt er veel gelachen en dat verzacht het nare gevoel. Daar komt een vrij jonge man aanlopen in een westerse, gele jurk. Volgens Eric loopt hij altijd in dat soort jurken, zonder dat iemand zich daaraan stoort. Hoezo travestietenclub.
We maken kennis met de medicijnman van het dorpje (zie foto) een grappig oud kereltje, die uit een grote bak een wit goedje drinkt en ons aanbied er ook uit te drinken. Alleraardigst, but no way. Geen tand in zijn mond en gek …………. (Ab, An). Hij verkoopt kettinkjes en we kopen ze allemaal. De man heeft de dag van zijn leven, lara lara = lachen.
We zijn inmiddels heel stoffig en vies geworden , als we geluk hebben is er thuis water gebracht. Heerlijk we kunnen weer douchen.
Lieve mensen, dit was het weer voor nu. Heel erg bedankt voor jullie reacties, het is zo fijn te merken dat jullie zo meeleven. En Hannes het is echt 45 graden smiddags en we gaan gewoon door. We zijn volledig geaclimatiseerd er zijn nergens aircoruimtes, dus dat scheelt.
Ik loop 2 dagen achter met mijn dagboek en vrijdag gaan we naar het olifantenreservaat en komen zondag terug, dus het zal wel even duren voor ik weer de kans krijg iets te melden.
We genieten en hebben het reuze naar ons zin.
Liefs van ons Ben en Lied

vrijdag 9 november 2007

2 dagen verder.

Dinsdag 6 november.

Ben en Eric gaan met de twee aankomende artsen op pad naar 2 dorpjes buiten Wa om daar spreekuur te houden. Als zij daar niet zouden komen om hulp te verlenen op medisch gebied, was er helemaal niets. De mensen in de omliggende dorpjes zijn nl heel erg arm en verdienen vaak maar 1 Euro per dag. Wa is erg goedkoop, maar niet in verhouding, als je bedenkt dat 1 liter benzine 80 Eurocent kost. Van dit geld kunnen ze natuurlijk niet sparen of een ziektekostenverzekering betalen. Als je malaria krijgt kun je dus geen medicijnen kopen, terwijl de kuur slecht een paar Euro kost. Er sterven per jaar nog steeds veel mensen aan malaria, meer dan aan aids.
Ze gaan eerst naar Loggu en daarna naar Kpasiraga. De kinderen zijn bangig, maar toch ook heel nieuwsgierig. Eric gaat met de dokters het Baptistenkerkje in, want daar vindt het gebeuren plaats en Ben probeert de kinderen te paaien met het grapje, wat hij ook in het Hospice heeft gedaan met de vrouwen en waar hij ontzettend succes mee had. “´The magic man”! Twee stukjes vloepapier op je wijsvingers (Jan en Piet), vervolgens de verdwijntruc door vingers snel te wisselen op schouderhoogte. Ze kijken met z’n allen achter zijn rug en snappen er niets van. Wat kunnen deze kinderen lachen! Dan willen ze wel een potje voetballen. Dat had ik wel willen filmen. Misschien volgende week.
Ze drinken na afloop een biertje bij de Spot en zijn om 3 uur weer terug. Ben heeft het geweldig gehad en ik heb heerlijk gesassifleerd, gelezen en achter de computer gezeten.
Samen met Marie-Chris ga ik in de namiddag naar het Hostel.Voor het eerst op de fiets en niets fietspaden, borden of verlichting, maar kuilen en zand. Het is bijna donker en er waait een klein windje en het is heerlijk. Eric woont aan de buitenkant van Wa in een hele natuurlijke omgeving. Je ziet slechts hier en daar een paar huisjes en eén ervan is het Hostel.
Marie-Chris heeft een kamer bij Eric en in het Hostel verblijven nog 2 aankomende artsen, 1 Belgische fysiotherapeute, 2 verpleegkundigen en lerares Truus, die oa Engels geeft aan de meisjes van het straatkinderenproject.
De vrouwen wonen heel gezellig, koken om beurten en hebben zelfs een leuke Ghanese interieurverzorgster. Ze heet Lydia en is een tijdje geleden in het Hospice behandeld en met medicatie gaat het nu heel goed met haar. Eric heeft haar aan deze baan geholpen. Fantastisch toch!
Eerder deze week hebben we kennis gemaakt met Laurens een kunstschilder, die prachtige werken maakt, die hij voor Nederlandse begrippen voor een prikkie verkoopt. Bijna alle vrijwilligers kopen van hem en natuurlijk word ik westers hebberig en koop er 2.
Laurens doet goede zaken en de brede glimlach is niet van zijn gezicht te slaan.


Woensdag 7 november. Naziratu.

Nazira(tu) is één van de kinderen die sinds september bij Eric woont. Ze was nog nooit naar school geweest en voor haar is het goed om helemaal bij de basis te beginnen, dat betekent: Peuterspeelzaal. Ze is net zo groot als ik, dus je zou denken: Ach dat kind bij die kleintjes.
Maar we brengen er een bezoek op het moment dat de schooldag begint en zien zo’n 150 kindjes van 3 , 4, jaar in schooluniform in rijen, luid zingend, klappend en wiebelend en Nazira er bovenuit met een gezicht waar het plezier van afstraalt. Niks Ach. Dit tafereel is zo ontzettend leuk om te zien en werkt zo aanstekelijk dat wij vrolijk meedoen.
Na de peuterspeelzaal weer iets heel anders. We brengen eerst Paulien (missienaam. Je hoort hier de vreemdste namen) vanuit het Hospice naar het ziekenhuis voor onderzoek en wij lopen met Eric mee, omdat hij het eea wil regelen voor de 3 medicijnstudenen. De 3 meiden willen nl graag een paar diensten meedraaien. En: Ze mogen komen wanneer ze willen. Ik snap er niks van, hoe krijgt hij het toch allemaal voor elkaar.
Na de lunch in het Holland House gaan we met 8 man sterk, inculsief tolk, naar het dorpje Zanko om spreekuur te houden in het kerkje (wij zouden zeggen aparte schuur). De kinderen komen rennend op ons af en zwaaien en lachen. Dit is echt een heel arm dorp. De meeste kinderen lopen in vodden en zijn viezig, maar allerliefst en vrolijk. Op het spreekuur komen alleen vrouwen en de meesten zijn zwanger. Het is wonderlijk dat ze zich zo overgeven aan de “flying docters’’ uit Holland. Zo’n 5 jochies hebben beenwonden en Marie-Chris maakt er mooie pakketjes van. Ze is zo lief en ik val heel stil.
Ben is met de kleine jochies aan het vingerfluiten. De kids hebben de grootste lol.
Intussen is Eric naar huis gereden om het eea op te halen. En waar komt hij mee terug? Shirts voor een heel voetbalteam en een bal. Ze worden gek. Geweldig!! Fotoshoot!! Iris eén van de verpleegkundigen deelt ballonnen uit en het feest is compleet.
Het zit er op. Ze hebben weer een koud biertje verdiend bij de Spot.
Eric kan zeer verdienstelijk gitaarspelen en voor we gaan eten zingen we nog een klein uurtje liedjes uit the Seventies, oa Cecilia (Ellis en Ans gaat het goed bij het koor zonder ons?).
’s Avonds komt Jerry, de rechter- en linkerarm van Eric en we hebben een discussie oa over het ingezamelde geld en een evt. fiets voor Djamilla, die we haar misschien willen geven op persoonlijke titel. Een fiets kost hier 40 Euro, waar gaat het over. Ze moet een heel eind lopen van huis naar school en gaat eerdaags extra lessen volgen. Ben en ik vragen ons af of je haar tov andere kinderen niet in een uitzonderingspositie plaatst en of haar arme familie de fiets niet verkoopt etc. etc. Jerry stelt ons gerust en spreken af de familie binnenkort te ontmoeten.
De vader wordt verantwoordelijk gesteld. Volgens Jerry schijnt hij omgeturnd te zijn. Hij realiseert zich dat Djamilla toch wel bijzonder moet zijn, als vreemde mensen haar willen sponseren. We besluiten om voor de fiets te gaan.
Van het ingezamelde geld gaan we de aanleg van de watertoevoer van het Hospice financieren. Ook de wasgelegenheid en het toilet moeten hoognodig opgeknapt worden.
We hebben het gezien en het is een tranendal, dus dit lijkt ons in ieder geval een goede investering. De achterplaats van het Hospice is een benenbrekend kuilendal. Dit wordt ook aangepakt, zodat de vrouwen lekker in de schaduw buiten kunnen zitten. De begroting komt op ongeveer 900 Euro.
Jerry gaat er morgen direct werk van maken, want hij vindt het voor ons van belang dat we de verbeteringen nog kunnen zien voor we weer naar huis gaan. Dat zou toch fantastisch zijn.

Lieve allemaal, heel erg bedankt voor de lieve reacties. Jan je hebt gelijk hoor, het is ontzettend leuk als je zo ver weg in een andere wereld bent. We willen je alsnog van harte bedanken. We hebben eerlijk gezegd geen tijd om maar iets of iemand te missen, maar dat snappen jullie hopelijk wel. En Ina het is gelukt hoor en ik moet vaak aan je denken en dan ivm beestjes in huis, grote sprinkhanen, kakkerlakken incluis, dus Ien niks voor jou hier. Sjef ik heb de groeten gedaan hoor en Jacq word je al dik, het barst hier van de zwangere huismussen en ook geiten. Heel veel liefs van ons 2-tjes en hartelijke groeten van Eric voor zijn bekenden. We hebben het heerlijk in zijn huis. Hij is een geweldige gastheer en we genieten met volle teugen van zijn grote gezin. De meiden zijn zo vrolijk en vol leven. Heerlijk. Tot de volgende keer !!!!! Lida.

dinsdag 6 november 2007

Tot nu toe



Dag 2 in Kokrobité.

Vandaag maken we kennis met Tom de manager, Pajo de lachebek en nog een paar jongens die werken bij Big Milly. Ze zijn allemaal even vrolijk en hartelijk. Eric kent ze allemaal. Vanaf de plek waar we ontbijten kijken we zo op het strand. Het is één en al bedrijvigheid. Er wordt allerlei eten? gebakken en mannen zijn met netten in de weer. Er liggen tientallen vissersboten op het strand en ze varen af en aan. De boten hebben de vorm van een grote boomstam met omhulsel en een behoorlijke punt voor en achter. Ze surfen als het ware op de hoge branding als ze het strand opsperen. Het ziet eruit alsof de mannen vakantie hebben en voor de lol vissen. Vrouwen lopen heen en weer met hun kleintjes op de rug of ze dragen van alles op hun hoofd, overal spelen en zwemmen kinderen en ertussendoor lopen de kippen en de geiten of zijn het schapen? Marie-Chris denkt dat het scheiten zijn. (We zoeken het op).
Mijn handen jeuken om te gaan fotoshooten, maar Eric waarschuwt dat je niet zonder vragen Can I snap you? kunt fotograferen. En inderdaad er wordt door de mannen zeer negatief op gereageerd. Heel jammer.
Eric en Ben gaan geld en een telefoonkaart scoren en wij gaan zwemmen en kijken of we de zon kunnen handelen. De meeste kinderen komen een praatje maken en zwaaien en lachen naar ons, ze vinden ons “witten” (Nasara en ze zeggen Nasala) erg interressant.
We lijken wel BNers.
Na de lunch zwemmen we me zijn vieren in de warme wilde zee. Eric gaat “sassifleren” (wat dat dan ook zijn mogen) Ben, Chris en ik gaan heerlijk onder de palmen zitten lezen. Dit lijkt het paradijs. Het eten bij Big Milly is heerlijk. We hebben nog nooit ergens zo heerlijk tong (sole) gegeten. Wat een rotleven, toch.
Gerommel in de verte mensen! En er barst toch een bui los.
Een welkome afkoeling voor de nacht.


Dag één in de auto. Kokrobité / Kumasi.

Om 8 uur is de jeep gepakt en beginnen we aan de tocht naar Kumasi. Het is nu al warm en heel druk langs en op de wegen. Hoezo file in Nederland.
In en om Accra speelt het leven zich grotendeels af langs de weg, dus wij blij met de file. Eerste rangs uitzicht op de “grote openluchtmarkt”. Er staat van alles, zelfs koelkasten, bankstellen en slaapkamermeubelementen, die we al zien staan in de kleine huisjes/hutjes, duizenden gebruikte en vooral ongebruikte auto’s en overal autobanden. Mannen, vrouwen, kinderen en weer de kippen en de “scheiten” , alles krioelt door elkaar.
Er zijn veel gaten en kuilen in de weg en de vrachtwagens zijn veel te hoog opgeladen met als gevolg dat er hier en daar eentje omdondert en daarnaast zit dan een hopeloze chauffeur. Wij vervelen ons niet en Eric rijdt maar door en probeert zoveel mogelijk gaten te ontwijken. Hij heeft zich volledig aangepast aan de Ghanese verkeersregels (lees Geen regels) De deugniet.
Om 5 uur zitten we aan Eric’s medicijn (bier) in een klein hotel, genaamd Mystic Rose in Kumasi. We eten kip met rijst - jammiejam, douchen koud en gaan vroeg naar bed. Morgen half 6 op. We zijn terug in de tijd. Een soort middeleeuwen met moderne technieken.


Dag 2 in de auto. Kumasi / Wa.

Eerst even een koppie thee met wat kaakjes en een banaantje in het keukentje en dan lekker vroeg vertrekken. Het eerste gedeelte in en om Kumasi is een zeer slechte weg. Weer dezelfde sightseeing van bonte zooi. Ben en ik raken er niet over uitgepraat. Er wordt hard gewerkt aan de verbetering van de A1, grapt Eric, maar toch wordt de weg steeds beter en de drukte erlangs steeds minder, zodat we er lekker overheen scheuren. Het landschap is prachtig groen even iets anders dan die bonte zooi. Je ziet dat hoe dichter je bij Wa komt de mensen steeds armer worden. Eerst lemen hutten met golfplaten daken en nu nog slechts een bladerendak.
Toch staat dit in het landschap heel natuurlijk (hoe kan ik het verzinnen, armoe troef en dan zo’n uitspraak).
Als we zo doorgaan zijn we om 2 uur vanmiddag in Wa, zei Eric nog, maar helaas pindakaas, de jeep besliste anders. KOKENDE MOTOR. En daar sta je dan in de hitte en eenzaamheid. Eric blijft cool, dus wij ook. In totaal hebben we nog 2 flessen drinkwater en als de motor zover is dat hij het kan handelen, krijgt hij drinken. Fingers crossed. We rijden verder en na ongeveer 2 km. zien we zeer arm uitziende mensen voor hun hutjes zitten en Eric vraagt om water. Gelukkig hebben ze een paar liter regenwater voor ons, waar we hopelijk het volgende dorpje mee kunnen halen. We geven ze geld en een ananas en na 4 keer de motor vullen komen we net voor donker in Wa aan. Gelukkig, we hebben het gered.
Omdat er een paar maanden geleden een grote brand in het kinderhuis is geweest, zijn er tijdelijk 4 kinderen in Eric’s grote huis ondergebracht. Het stel en de housemaid Abema begroeten hem uitzinnig, het lijken wel jonge honden. Geweldig. Ook de 2 echte honden en de aap zijn blij. Wij delen in de feestvreugde en het wordt een vrolijke boel. Ineens wonen we met een grote familie van 8 personen. Dat leek me altijd al leuk, een groot gezin. Ik ben benieuwd.
Eric heeft zijn huis zeer toepasselijk “Holland House”genoemd. Het is een groot geriefelijk tropenhuis en zeer minimalistisch ingericht. De wanden hebben prachtige, harde Afrikaanse kleuren en overal hangen foto’s van zijn familie en vrienden en van vrijwilligers. De sfeer voelt heel goed. Wij logeren in een grote kamer met eigen douche en toilet. Toe maar!
Abema heeft voortreffelijk eten klaargemaakt en we smullen, praten en hebben een hoop lol.
De meiden brengen met hun aanstekelijke lach veel leven in de brouwerij. Zo, en nu gaan we eindelijk cadeautjes uitpakken. Eric is zichtbaar blij met de pakjes van Albertien en Rienke en is ook enthousiast over het boek van Ellis en de presentjes van Mary . De Engelse drop wordt meteen opengemaakt en de kaas, hamburgers en leverpastei zijn ook van harte welkom. Ja en nu de computer, doetieutofdoetieutniet ???? Hijtoetut. Eric blij, wij blij. Het was een uitdaging, maar het is gelukt en de kussens waarin hij was gestut (5 stuks) komen ook goed van pas.
Heel laat en moe duiken we onder de klamboe.


1ste dag in het Holland House.

Om half 6 is het licht en zijn we uitgeslapen. Thuis kijk ik ‘s morgens meestal meteen uit het raam om te kijken wat voor weer het is. Hier is het gewoon altijd weer, maar dan mooi.
Gelukkig hebben we geen problemen met aanpassen aan de warmte en warm is het.
Het is zondag, Abema is vrij en de 4 meiden gaan opgetut op de fiets naar de kerk. Het gebeuren in de kerk duurt van 8 uur ‘s morgens tot wel 2 of 3 uur ‘s middags. ‘t Schijnt een hele belevenis te zijn, dus dat willen we uiteraard meemaken. Misschien volgende week.
Eric heeft 2 oude jeeps Charlie en Jerry genaamd, waar nogal eens iets aan mankeert en omdat hij met de verpleegkundige vrijwilligers ver weg naar de verschillende projecten rijdt, kan hij niet zonder auto. Na de kofie gaan we met Charlie naar het Hospice waar de vrouwen met Aids verblijven. Het is aandoenlijk om te zien hoe blij ze zijn om Eric en Marie-Chris (zo’n dotje) te zien. Op het moment zijn er 4 vrouwen en 2 kinderen in het Hospice.
Prosper, een vrolijk jochie van ongeveer 5 jaar met zijn moeder, die sinds een paar dagen weer op de been is. Rosemary van 8 jaar mist een stuk van een arm en lacht aan een stuk door. De vrouw die 2 dagen geleden is gebracht, lijkt wel 80, maar blijkt mijn leeftijd te hebben. Ze mompelt wat en probeert te glimlachen. Ze is mager en ziet er zwak en verdrietig uit. De sfeer in het Hospice is goed en ontspannen. De radio speelt en voor Afrikaanse begrippen ziet het er verzorgd uit.
Moeder Kate heeft vandaag dienst. Zij is één van de drie Ghanese vrouwen die werken in het Hospice en is daar ook speciaal voor opgeleid. Ben en ik zijn heel enthousiast over deze ontwikkeling. Het salaris voor deze drie vrouwen samen, bedraagt zo’n 900 Euro (waar gaat het over?) per jaar en wordt betaald door Child Support. Voor het volgend jaar is een sponsor nog onduidelijk, vertelt Eric. Ben en ik kijken elkaar aan. Misschien een optie voor het deel van het ingezamelde geld?
We vertrekken naar het Rehab Centre, waar een aantal ondervoede kleine kindjes met hun moeders zijn ondergebracht. Ik kan echt niet onder woorden brengen wat je daar aantreft en hoe je je daaronder voelt. De manier waarop Marie-Chris en Eric bezig zijn met de kindjes verdient groot respect en hebben ons zeer ontroerd. Het zijn kanjers van de bovenste plank.
‘s Avonds ontmoeten we de andere vrijwilligers van Child-Support, die net zo bezig zijn als Marie-Chris. De gesprekken zijn me enigszins ontgaan, omdat ik behoorlijk inzak en heel graag onder de klamboe wil verdwijnen. Wat een indrukken vandaag!


School Djamilla.

Vandaag gaan we naar de Islamitische school van Djamilla het sponsorkind van Ellis, Jan, Ben en mij.
We ontmoeten Jerry, de rechterhand van Eric voor Child-Support.. Jerry gaat mee als tolk, omdat Djamilla slechts een heel klein beetje Engels spreekt. Jerry is heel aardig, slim en bloedmooi (dit even terzijde) en we ontmoeten hem in Wa.
Op de school worden we voorgesteld aan de hoofden, 2 vrouwen en een man. De man geeft Marie-Chris en mij gewoon een hand. (’t ligt toch aan Rita Verdonk, zeiden we tegen elkaar).

Daar komt Djamilla aan en wat ik zelf nooit had verwacht, ik moet huilen. Wat een liefie!! Ze is toch een heel klein pietsie van ons. Ze laat met verlegen trots haar schriftjes zien en verteld dat ze die dag is overgegaan naar de volgende groep. Ze is 11 jaar en gaat pas sinds anderhalf jaar naar school. Ze doet het heel goed en wil heel erg graag leren. We hebben en dagboekje voor haar meegenomen . We spreken af dat ze ons gauw bij Eric’s huis komt opzoeken. Samen met Jerry rijden we naar haar huis. Haar moeder en stiefvader wonen in een lemen hut en op het erf staat een soort open hok wat Djamilla haar kamertje blijkt te zijn. Een matje, een klamboe en een paar kledingstukken en dat is all. Er is niemand thuis en willen het later nog een keer gaan proberen. Zeer aangedaan stappen we weer in de auto. Jerry vertelt hoe belangrijk school voor Djamilla is. Ten eerste wil ze heel graag leren, ze is slim en is het waard en ten tweede kunnen ze op haar op deze manier ook controleren. De kans is nl heel groot dat ze als straatverkopertje moet gaan werken en daarna in de prostitutie terecht komt, omdat haar stiefvader haar niet accepteert. Je wordt wee bij de gedachten.
’s Middags gaan we samen met de drie jongste meiden naar de Spot. De Spot heeft een gezellig terras, waar de vrijwilligers bijpraten en niet alleen Nederlands vrijwilligers, maar ook Canadesen en Engelsen.
Het leven is zeer slow in Afrika, maar wij gaan met een snelheid van het ene heftige in het andere. Maar gelukkig kunnen we er verstandig over praten met zijn allen en zijn we toch heel blij dat we hier zijn, om mee te maken hoe oa gedreven jonge mensen positief bezig zijn en hun bijdrage leveren aan deze Afrikaanse maatschappij. En daarbij zien we ook dat er overal veel plezier is en er veel wordt gelachen. Maar toch slaap ik ‘s nachts niet echt lekker.
Ik spreek af met mezelf dat ik morgen niet meega op stammen-bezoek. Internet doet het weer en dus kan ik me gaan afreageren op Eric’s computer en lekker een boek uitlezen is ook wel zinnig.

maandag 5 november 2007

Voorspoedige vliegreis

Voordat we in het vliegtuig stappen staan we met een handjevol "witten" in een lange rij met "zwarten". De andere wereld begint voor ons meteen al in Amsterdam. Na een rustige, prettige reis landen we zachtjes in de zwarte nacht van Accra. Geen problemen met de douane, dus Mr. Eric here we come met je computers. Buiten staat een kring van witte tanden en daarbovenuit zien we de zwaaiende blanke arm van Eric. Gelukkig alle afspraken werken. Het is heerlijk om elkaar te zien en Eric stelt ons voor aan Marie-Chris, een 22-jarige student-medicijnen, die voor de gezelligheid met hem meegekomen is om ons op te halen en 2 dagen met ons door te brengen aan de kust, voordat we aan de reis naar het noorden beginnen. We drinken eerst een lekker koud biertje op een terrasje en vertrekken dan naar Kokrobite 25 km vanaf Accra. Het lijkt of alle Ghanesen zich langs de weg hebben verzameld, het is een drukte van belang. Wacht maar tot jullie het bij daglicht zien, zegt Eric, dan kom je ogen tekort. We slaan een pad in vol kuilen en grote gaten. Langs het pad staan kleine huisjes gemaakt van allerlei bij elkaar gesprokkelde materialen. Iedereen is buiten, het lijkt wel lichtjesavond in Bergen, maar dan anders.
Daar zijn de poorten van BIG MILLY's place. Romantisch ! Wat een smaakvol kleurrijk geheel. Eric heeft een huisje gehuurd voor ons 4tjes voor 2 nachten. Het strand is op 20 meter afstand van het huisje. Kunnen we strakjes op het geluid van de branding inslapen. Een heerlijk idee. Onder het genot van een biertje babbelen we er nog een paar uurtjes lustig op los en daarna geven we ons over aan de branding.

woensdag 24 oktober 2007

Nog 1 week te gaan

Bijna alles is al ingepakt. Lekker op tijd, daar houd ik van. Ben heeft 2 rugtassen gevuld met onze eigen spullen, 1 grote tas met allerlei lekkers voor Eric en zijn gezin (er wonen op het moment 4 kinderen bij hem in huis) en spulletjes voor het schooltje. Dan hebben we nog 1 grote tas voor een computer, die we heel goed gaan inpakken zodat de kans groot is dat hij heelhuids overkomt (god zegene de greep). Het is het proberen waard. In de handbagage vervoeren we een laptop die we van Bart Beertsen hebben gekregen en een flatscreen van Eric zijn computer. Je mag pp 2x23kg meenemen en dat is toch behoorlijk veel.
Iedereen die het adres heeft van deze weblog, weet van de inzamelingsactie die we hebben gedaan. Er zijn nog een paar toezeggingen? en het bedrag is nu 1645 Euro. Geweldig toch. Het geld is opgebracht door familie, vrienden, buren, collega's, tennismaatjes en kennissen. Er ontstond zelfs nog een actie binnen deze actie. Ineke ik bedoel jou hoor. Mensen allemaal reuze bedankt voor jullie spontane reacties en giften. We weten zeker dat het een goede bestemming krijgt, maar daarover horen jullie later meer.
We kunnen nu de dagen gaan aftellen. Laterrrrrrrrrrrrrrr

zondag 14 oktober 2007

Geld inzamelen.

Op allerlei verjaardagen en feestjes vertellen we wat we gaan doen en dat we naar onze vriend Eric Coomans gaan. Wij zien Eric als een soort missionaris maar dan zonder religie en we vertellen aan wat voor projecten hij werkt en dat hij zulk goed werk verricht. Uiteraard is er om zulk werk te doen altijd geld nodig en dan vragen we of mensen zich geroepen voelen om een bijdrage te leveren. We gaan met de pet rond en de reacties zijn ontzettend leuk. De vrienden en familie geven graag, zodat we nu inmiddels al over de 1000 EURO hebben ingezameld. We hopen dat het de komende dagen nog even zo doorgaat, zodat we Eric en de armen mensen daar heel goed kunnen helpen.
We zijn van plan daar ter plekke spullen aan te schaffen, zodat het mes aan 2 kanten snijdt.
Geld wordt omgezet in natura.